Omgaan met verbloemend gedrag

Reactie op de diagnose dementie

Na de diagnose kan je naaste maar moeilijk geloven dat het echt waar is. Ze kan nog zoveel en ze gelooft niet dat haar dit overkomt. Met camouflerend gedrag doet ze haar best om aan iedereen te laten zien dat haar niets mankeert. Dit gedrag kan langzaam plaatsmaken voor acceptatie, maar ze kan ook in de ontkenning blijven hangen omdat ze geen inzicht heeft in wat er mis is.

Geen ziekte-inzicht

Als je naaste geen ziekte-inzicht heeft, accepteert ze vaak ook niet bepaalde gevolgen van de ziekte voor haar leven. Ze zal er alles aan doen om de sleutels van de auto te vinden en als ze even de kans krijgt in de auto stappen. Ze kan boos of agressief reageren zodra jij haar wijst op haar ziekte en haar bijvoorbeeld het autorijden wilt beletten. Maar ze doet dit echt niet bewust. Door de dementie ziet ze niet in dat er iets mis is met haar functioneren. Ze begrijpt het niet als ze daarop aangesproken wordt.

De kans is groot dat je naaste met dementie regelmatig verbloemend gedrag laat zien. Ze begint smoesjes en onwaarheden te vertellen om te verhullen dat haar geheugen achteruit gaat. Dit kan frustrerend en confronterend zijn voor jou. In dit artikel geven we je tips om beter om te gaan met verbloemend gedrag.

Verbloemend gedrag

Verbloemend gedrag komt veel voor in de beginfase van dementie. Vaak al voor je naaste daadwerkelijk de diagnose heeft gekregen. Er zijn verschillende redenen waarom je naaste verbloemend gedrag vertoont. Probeer na te gaan waar het gedrag van je naaste vandaan komt. Dit helpt je om beter met het gedrag om te gaan.

Tips voor omgaan met verbloemend gedrag

  1. Verplaats je in de belevingswereld van je naaste. Haar geheugen laat haar in de steek. Omdat ze feiten niet meer goed kan onthouden, worden deze minder belangrijk voor haar. Beleving gaat een steeds grotere rol spelen in haar leven.
  2. Hou in je achterhoofd dat je naaste niet expres onwaarheden vertelt. Dat wat zij vertelt, is in haar beleving echt gebeurd. Ze vult de gaten in haar geheugen onbewust met verzinsels, die haar verhaal compleet maken.
  3. Het kan ook zo zijn dat ze smoesjes vertelt om te verhullen dat ze iets niet meer weet. Grote kans dat ze zich hiervoor schaamt en bang is dat anderen haar dom vinden.
  4. Je naaste kan vragen ontwijkend beantwoorden. Als je vraagt: ‘Wat heb je gisteravond gegeten?’ antwoordt ze met ‘Waarom wil je dat weten?’, of ze knikt naar haar zoon en zegt: ‘Toe Jan, zeg jij ook eens wat; je bent zo stil.’ Vraag daarom niet naar feiten, maar naar haar beleving: ‘Heb je gisteren lekker gegeten?’
  5. Vermijd discussie. Ook als je het niet eens bent of als je denkt dat het verhaal dat je naaste vertelt niet klopt. Probeer het gesprek een andere draai te geven.
  6. Hoe lastig het soms ook is: bewaar je geduld. Als jij bozig reageert, wordt je naaste alleen maar meer onzeker.
  7. Voorkom dat je je naaste gaat overvragen. Kijk goed wat nog wel lukt en wat niet.
  8. Schiet je toch een keer uit je slof? Wees dan niet te hard voor jezelf. Bespreek je uitval op een later moment met je naaste. Het is goed mogelijk dat ze niet meer weet waaróm je boos was, maar wel dát je boos was. Leg uit waarom je zo reageerde en bied je excuses aan.
  9. Misschien doet je naaste zich bij anderen, zoals de huisarts of casemanager, beter voor. Het lijkt dan alsof ze nog veel meer kan dan eigenlijk het geval is. Probeer ook jouw kant van het verhaal te vertellen. Mocht dat op dat moment niet goed lukken, maak dan een aparte afspraak.
  10. Neem tijd voor jezelf. Je zult af en toe even moeten opladen om goed met de veranderingen om te gaan. Voel je daar niet schuldig over.

Bron: www.dementie.nl